Bananengeschil

‘Ik kom voor het stilleven,’ zegt de banaan. Hij probeert zijn bruine vlekjes te verbergen.
‘Heb je ervaring?’ vraagt de schilderes.
‘Ik kan heel stil zijn.’
‘Kom maar.’
In het atelier staat een grote fruitschaal.
‘Ik ga niet naast die lelijke banaan liggen,’ krijst de peer.
‘Hij is niet van hier,’ schreeuwt de appel.
De schilderes tilt de banaan zachtjes op en legt hem op de vensterbank in de zon.
‘Word maar eerst lekker bruin,’ zegt ze.
Hij glimlacht.

 

TERUG NAAR OVERZICHT PROZA