Een man met een verleden

‘Nu is het aan jou,’ zegt mijn dochtertje.
‘Ik ben hier te oud voor,’ zeg ik.
‘Je zult toch ooit eens het vliegtuig moeten nemen,’ zegt ze.
‘Ik neem de boot.’
Ze schudt haar hoofd.
Met knikkende knieën stap ik in het piepkleine bootje. Alles wordt wazig. De boot zet zich in beweging. Een luide stem schrikt me op. Er vliegt een helikopter iets voor me uit. Alsof hij zomaar op mijn hoofd zou kunnen landen. Mijn dochtertje roept me iets toe maar ik hoor alleen ijle klanken. Ik benijd de mensen die zorgeloos toekijken, die vrolijk zwaaien naar hun kind, die vanavond in hun eigen bed zullen slapen. Langzaam dringt het gejengel van discomuziek tot me door. En de geur van verse oliebollen.
‘Nu is het weer mijn beurt, papa,’ roept ze.
Ik stap uit. Ze kijkt me kwaad aan.
‘Je hebt niet één keer naar de kwast gegrepen,’ zegt ze.
‘De volgende keer neem ik het vliegtuig.’ Een belofte die niet zal waargemaakt worden.
‘Of de politiewagen,’ zegt ze. ‘Dat mag ook.’
‘Nee, liever niet.’ Ik voel opnieuw handboeien in mijn polsen snijden. Een knie in mijn rug. Mijn hoofd geplet tegen de vloer. Alles komt terug. Het getier in het vliegtuig. De paniek, de omknelling, de schaamte.
‘Morgen komen we terug,’ zegt ze.
Ik knik. Hoe zeg ik haar dat ik vanavond opnieuw in de gevangenis verwacht word?
‘Of overmorgen,’ zegt ze weifelend.
Ik dring mijn tranen terug. Mannen met een verleden hebben geen toekomst.

 

TERUG NAAR OVERZICHT PROZA