Hoelahoep

De oude man kijkt naar spelende kinderen in het park. Af en toe noteert hij iets in zijn notitieboekje. Hij heeft zijn oog laten vallen op een meisje van hooguit acht jaar. De ritmische bewegingen van haar heupen houden de hoelahoep hoog. Een vriendinnetje met een springtouw komt dichterbij. Ze vraagt om eventjes te ruilen. Nee, dat mag ze blijkbaar niet. Het meisje met de hoelahoep speelt in haar eentje verder. Het andere meisje staat er beteuterd bij. ‘Het meisje met de hoelahoep zal dit jaar niet veel lekkers krijgen,’ zegt de man met de witte baard tegen zijn knecht.

 

TERUG NAAR OVERZICHT PROZA