Hou hoe je een trein tegen

je hebt waarschijnlijk nog twee minuten, zegt ze
hij weet dat de trein haar zal opslokken
en in onbekend gebied weer uitspuwen
als praten niet meer helpt, zegt hij
waarom dan niet eens luisteren?
de waarheid is een leugen die je zelf gelooft, zegt ze
hij hoort scherven in haar stem

omdat haar mond verboden terrein is
streelt hij haar wang
haar huid wit als een schildersdoek
zijn hand een penseel met één haartje
zo zuinig raakt hij haar aan

heel zijn lijf zou zo graag
met deze vrouw
die in gedachten al is vertrokken
wat te vroeg weggaat
zie je meestal te laat aankomen

ik zie je nog graag, zegt hij
woorden die thuishoren op een vuilnisbelt, denkt ze
hij neigt voorover
zijn gezicht dicht bij het hare
zijn adem slaat als condens neer op haar koude ogen
ze tuimelt in een diepte die ze niet kent
nog steeds weigert ze te huilen

 

TERUG NAAR OVERZICHT POËZIE