Stille waters

Heel het alfabet zit in mijn klas. Van ADHD, dat zijn de springertjes, tot ZMOK, de zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Lucas zegt dat hij een asperge is maar dat komt omdat hij ook nog dyslexie heeft. Bart heeft zichzelf uitgeroepen tot ZVK, zeer vervelend kind. Ik spreek hem niet tegen. Als klap op de vuurpijl zitten we opgescheept met een leraar die CVS heeft. Je zou er compassie mee krijgen.
De situatie wordt langzaamaan ondraaglijk. De concentratie van letters wordt me te veel. Gelukkig is er Malva, een Grieks meisje dat zo stil is als de nacht. Net als Griekse yoghurt is ze iets dikker dan de rest. Maar dat vind ik niet erg. Malva is letterloos, geen stoornis te bekennen. Ik heb haar uitgenodigd op mijn verjaardagsfeestje. Alleen zij.

‘Is dit een hondje of een beertje?’ vraag ik haar. Ze zet een wit, wollig beestje naast me op het bed.
‘Dit is een bichon frisé,’ zegt ze.
Ik weet nog altijd niet of het nu een hond of een beer is maar ik durf het haar niet opnieuw te vragen.
‘Ze ruikt het als je verliefd bent. Dan kwispelt ze met haar staart. En ja, het is een hondje.’
Ik schuif wat opzij, weg van de hond, dichter bij Malva. Zowel zij als de hond verroert geen vin.
‘Ik heb een muidhond,’ zeg ik en wijs naar mijn aquarium. ‘Hij ruikt het als iemand liegt. Bij een hele grote leugen gaat hij achteruit zwemmen.’
‘Jij zegt het.’ Ze stopt een haarlok achter haar linkeroor.
‘Mijn hond is ook een waterrat,’ zegt ze.
Ik kan niet goed volgen. Te veel dieren in deze zin.
‘Hij wordt dé onderwaterzwemmer van alle honden genoemd,’ zegt ze.
Ik luister al niet meer.
‘Je hebt mooie ogen,’ zeg ik.
De staart van de hond zwiept heen en weer.
‘Jij ook,’ zegt ze.
Ik hoor gespat in het aquarium. Ik durf niet te kijken.

 

***

TERUG NAAR OVERZICHT PROZA