Verstoppertje

Ik speel verstoppertje in een leeggelopen kathedraal. Het is niet gemakkelijk om een deftige schuilplaats te vinden. Dikke pilaren, dat wel, maar echt onvindbaar word je er niet door. De biechtstoel met de opvallende bordeaux gordijnen is ook net iets te voor de hand liggend. Wie zou daar niet beginnen te zoeken? De sacristie is een optie, maar die is omwille van begrijpelijke redenen gesloten. Hier wordt de wijn op handen gedragen. Er rest mij weinig tijd, binnen enkele ogenblikken begint het aftellen. Ik kruip snel weg onder het altaarkleed. Ik houd mijn adem in. Tien, negen, acht, zeven,… hoor ik galmen in mijn hoofd. Het is onbegonnen werk, God heeft mij al gezien.

 

TERUG NAAR OVERZICHT PROZA